Over de ontwikkeling van het middenveld in Vlaanderen heeft KADOC sinds de oprichting tal van onderzoeksprojecten en studies gerealiseerd. Die resulteerden in niet minder dan twintig publicaties. Ze analyseren de organisatorische ontwikkeling van christelijke sociale organisaties, hun infrastructuur, symboliek en leiders. Diverse studies zijn niet meer of minder dan grondige organisatiegeschiedenissen, evenwel steeds in hun evolutie adequaat gekaderd in de socio-politieke context. De vraagstelling peilt naar de evoluerende structuur en het programma en de werking. Ze hebben in aanzienlijke mate bijgedragen tot de historische kennis van het Vlaamse middenveld. De vraag naar de impact van de betrokken organisaties op de politieke besluitvorming komt eveneens aan bod. De organisaties werden soms ook benaderd vanuit biografisch perspectief.

Leen Van Molle wijdde reeds in 1990 een totaalstudie aan de Belgische Boerenbond (S9). KADOC realiseerde talrijke publicaties, tentoonstellingen en wetenschappelijke bijeenkomsten over de geschiedenis van de christelijke arbeidersbeweging. Daarbij ging veel aandacht naar de ontwikkelingen in specifieke regio’s en sectoren : Kortrijk (V3), Antwerpen (D11), Limburg (S8) en de textiel (D3). De invalshoek was soms thematisch, met studies over de banistiek van de christelijke arbeidersbeweging (D1), haar behuizing (D7) en de ideologische ontwikkeling (S4). Ook de biografische invalshoek werd allerminst verwaarloosd: zowel Jozef Cardijn (S1), Pieter-Jan Broekx (S8), Arthur Verhaegen (S18), Joris Helleputte (A1) als Victoire Cappe (S28) waren onderwerp van een publicatie. Na een systematische voorstudie kon onder redactie van Emmanuel Gerard in 1992 een globale geschiedenis van de christelijke arbeidersbeweging in België worden gerealiseerd (S11 en S16). De mutualistische beweging werd in deze bundel ook behandeld. Regionale studies werden uitgevoerd voor Gent (D5), Turnhout (D32) en Leuven (D35). De coöperatieve vleugel van de christelijke arbeidersbeweging was ook voorwerp van een studie- en publicatieproject (D8). Ook i.v.m. de middenstandsorganisatie konden drie regionale onderzoeksprojecten worden ontwikkeld, m.n. in Oost-Vlaanderen (D12), West-Vlaanderen (D13) en Antwerpen (D19). Een proefschrift (S22) belicht de complexe ontwikkeling van deze beweging in de tussenoorlogse periode.

Om het onderzoek naar de Vlaamse intermediaire structuren te intensifiëren en te vernieuwen ontwikkelde KADOC het FWO-Max Wildiersproject Onderzoekssteunpunt en Databank Intermediaire Structuren in Vlaanderen, 19de-20ste eeuw (ODIS). Samen met de andere erkende privaatrechtelijke archief- en documentatiecentra, m.n. het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN), het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis en het Liberaal Archief bouwt KADOC een steunpunt uit, dat door het inrichten van jaarlijkse workshops het wetenschappelijk onderzoek m.b.t. de intermediaire structuren wil intensifiëren en op termijn een internationaal en multidisciplinair wetenschappelijk overlegforum zal vormen. In 2000 vond een eerste workshop plaats over de omschrijving van het begrip ‘intermediaire structuren’. In november 2001 volgde een wetenschappelijke bijeenkomst over de geautomatiseerde gegevensopslag m.b.t. politieke verkiezingen. Tijdens een workshop in november 2002 werd gereflecteerd over het wezen en de uniciteit van de zogenaamde “nieuwe sociale bewegingen”.

De handelingen van beide studiedagen werden in 2003-2004 gepubliceerd als themanummers van resp. Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis en Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, én als afzonderlijke bundels in de reeks Odisea (O01 en O02). Het internationaal symposium Intermediary Structures & Democracy: an Historical Approach (november 2003), waarvan de acta in 2006 zullen worden gepubliceerd, opende diverse perspectieven naar vernieuwend onderzoek aangaande het onderwerp.