Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts:
van devotieoord tot KADOC

1535... Net buiten de middeleeuwse stadswallen van Leuven op het Vleminckx hangt aan een boom een Onze-Lieve Vrouwebeeldje, dat door een vrome vrouw met veel toewijding en devotie wordt omgeven. Op een nacht krijgt het beeldje bezoek van een bende dronken studenten. Maar, wat ze ook proberen, het lukt hun niet het beeldje van het voetstuk te rukken. Dit mirakel lag volgens de legende aan de basis van de verering van Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts.



Miraculeuze beeldje van
Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts.

De late 16de eeuw is voor Leuven een donkere tijd. Oorlog, armoede en godsdiensttwisten eisen hun tol. Vele Leuvenaars zoeken hun toevlucht tot Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts tegen ziekte en koorts, maar misschien nog meer om hen voor rampen te behoeden. Ambrosius van Engelen, abt van de Parkabdij, en Joannes Heems d'Armentière, president van de studentenpedagogie De Lelie, nemen het initiatief tot de bouw van een kapelletje als beschutting voor de vele pelgrims. Zo wordt het kleine heiligdom in de Vleminckx- of Vlamingenstraat, sinds de 13de eeuw het woongebied van West- en Oostvlaamse textielarbeiders, een druk bezocht devotieoord.

Tijdens de 17de eeuw wordt er verwoed gebouwd. Het kapelletje maakt in 1602 plaats voor een grotere kapel. Maar al in 1642 voldoet ook dit gebouw niet meer aan de behoeften en wordt de eerste steen gelegd van een derde kapel. Met de financiële hulp van Philippe Van Tuycom, prelaat van de Parkabdij, en professor Christiaan van Beusecom wordt die uiteindelijk voltooid in 1705. Architect Joris Nempe kiest voor een barokke achthoekige centraalbouw met koepel, net als het meer bekende mariale bedevaartsoord Scherpenheuvel.

Het beheer van de Vleminckxkapel ligt in handen van een genootschap, verbonden aan de Sint-Michielskerk. De inkomsten komen voort uit vergoedingen voor religieuze diensten en uit offergaven of schenkingen, waarmee de gelovigen de kapel begiftigen. Een merkwaardig gebruik, dat steevast gepaard gaat met een gift, is het ophangen van kinderportretten als ex-voto's. Ook de handel in kaarsen, gedreven door een 'quesel' of 'geestelycke doghter', vormt een vaste bron van inkomsten voor de kapel.



Detail van het stadsplan van Leuven
door L. Guicciardini (ca. 1600).
In de rechterbovenhoek van het centrale perceeltje, net buiten de stadswal, staat de eerste kapel in het Vleminckxveld.

Het liturgische leven in de Vleminckxkapel is dat van een typisch devotie-oord en bestaat uit missen, loven en een belangrijk aantal diensten voor allerlei intenties en gelegenheden. Alhoewel de kapel geen parochiekerk is, vervullen vele Leuvenaars er toch hun paasplicht, tot groot ongenoegen van de pastoor van Sint-Michiels. Heel wat pasgewijde priesters dragen er hun eremis op. Jarenlang wordt de Kerstnachtviering gecelebreerd door de rector van de universiteit. Een 'Confrèrie ter ere van het Miraculeus Beeld' en een andere met de naam "de Zeven Weeën van de H. Moeder Gods Maria', waarvan vele vooraanstaande burgers deel uitmaken, zijn vertegenwoordigd op de belangrijkste hoogdagen en bij de plechtige processie, die viermaal per jaar door de Leuvense straten trekt.

Aan de traditionele devotie en liturgie komt een abrupt einde onder het Frans bewind. De katholieke eredienst wordt verboden, de Sint-Michielskerk omgevormd tot Tempel van de Rede en de Vleminckxkapel openbaar verkocht. Jan Van Hamme, een van de vroegere kapelmeesters, slaagt erin de kapel te kopen en zo vermoedelijk van de slopershamer te redden. Het beeldje, waarrond heel de devotie is begonnen, kan bij een pottenbakker uit de Tiensestraat in veiligheid worden gebracht. Ook de inboedel wordt openbaar verkocht, behalve orgel en portaal die ten dienste worden gesteld van de nieuwe eredienst van de Rede. Zo overleeft de Vleminckxkapel het Frans bewind: met een verminkt patrimonium, maar nog overeind.



Bidprentje, 1906.

Vanaf 1802, na de verzoening tussen Napoleon en de katholieke Kerk, kunnen er in de kapel opnieuw religieuze vieringen worden gehouden. De Vleminckxkapel wordt stilaan een echte parochiekerk voor de nieuwe arbeiders- en bediendenwijk die rond het Vleminckxveld is ontstaan. Er wordt een pastoor benoemd en een kerkfabriek neemt het beheer van de kapel waar. Met de devotie tot Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts bloeien ook opnieuw de vele broederschappen die in de kapel zetelen. De bevolkingsaangroei doet pastoor Petrus Vermeulen uitkijken naar een andere kerk. In 1858 wordt in de Ravenstraat begonnen met de bouw van de neogotische Sint-Jozefskerk. Vanaf 1871 staat de Vleminckxkapel dan opnieuw leeg. Ondertusssen is de kapel echter al van eigenaar veranderd. De familie Van Hamme verkoopt het gebouw in 1865 aan de franciscanen. Zij laten naast de kapel een nieuw klooster bouwen en nemen er in 1873 hun intrek. Meteen verovert de cultus van Sint-Antonius zijn plaats naast die van Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts. De kroning van het aloude beeldje door kardinaal Mercier in 1907 brengt de Mariaverering nochtans opnieuw in het volle daglicht.

Het klooster fungeert als opleidingscentrum voor franciscanen die aan de Katholieke Universiteit filosofie en theologie studeren. Wanneer ook buitenlandse confraters er onderdak vinden, krijgt het klooster de naam 'Studium Internationale'. De toename van het aantal franciscanen is de aanleiding tot de bouw van een bijkapel.



Affiche van het kroningsfeest van 16 juni 1907.

Twee wereldoorlogen laten hun sporen na. In 1914 zoeken ettelijke Leuvenaars troost en steun bij Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts. Na de oorlog schenken zij uit dankbaarheid een gedenkplaat, die zich nog achteraan in de kapel bevindt.

Wordt de kapel tijdens de Eerste Wereldoorlog van verwoesting gespaard, bij de tweede wereldbrand berokkent een V1-bom grote schade aan het koor en het plafond.

Ook de franciscanen lijden onder de algemene achteruitgang van het kloosterleden en de devotiepraktijken na 1960. Het behoud van het gebouw wordt financieel een te zware opdracht. Kapel en klooster worden voor de derde keer verkocht. De aankoop door de KU Leuven redt dit patrimonium, nauw verbonden met de Leuvense culturele en religieuze geschiedenis, van de bouwspeculanten. Een zinvolle bestemming wordt gevonden met de overdracht aan het KADOC, het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie Cultuur en Samenleving, een interfacultair centrum van de KU Leuven. Het beeldje van Onze-Lieve-Vrouw ter Koorts, waarmee het allemaal is begonnen, is naar de huidige Sint-Jozefskerk in de Bogaardenstraat overgebracht.