KU Leuven
 

 

 
 
[Colofon]
 
 
[Signalementen]
 

 

 



 

Inhoud

   

In het spoor van Pieter Jan De Smet
Blog uit de USA

De jezuïet Pieter Jan De Smet (1801-1873) verwierf grote bekendheid als missionaris bij de indianen in Noord-Amerika. Hij verkende er de nauwelijks in kaart gebrachte Far West en won het vertrouwen van de autochtone bevolking. Hij verdiepte zich in haar cultuur en levenswijze, die onder toenemende druk stonden, en trad op als bemiddelaar in conflicten en vredesgesprekken tussen de Native Americans en de Amerikaanse regering. De Smet - de indianen noemden hem de ‘Grote Zwartrok’ - geniet tot op vandaag grote erkenning in de Verenigde Staten, terwijl hij hier nagenoeg onbekend is.

Een samenwerkingsverband tussen KADOC, het Antwerpse MAS/Museum aan de stroom en de provincie Oost-Vlaanderen zal dat verhelpen. Ze bereiden tegen 2016 een prestigieuze tentoonstelling voor in het Gentse Caermersklooster. Dankzij een projectsubsidie van de Vlaamse overheid kan bovendien een degelijke prospectie worden uitgevoerd. Die bracht ons onder meer al in musea in Stuttgart en Freiburg, liet ons in Parijs kennismaken met Amerikaanse experten en maakte het mogelijk ons te verdiepen in het generalaatsarchief van de jezuïeten in Rome.

Van zondag 28 september tot woensdag 16 oktober trekken we - KADOC-medewerker Luc Vints en MAS-collega Mireille Holsbeke - in het spoor van De Smet rond in het noordwesten van de Verenigde Staten van Amerika, van Portland in de staat Oregon naar Bismarck in de staat North-Dakota via Washington, Idoha, Montana, Wyoming en South-Dakota. Over die tocht langs onderzoekscentra, musea en reservaten en over de vele contacten met lokale experten en Native Americans houdt Luc Vints de volgende weken een persoonlijke blog bij.

Pieter Jan De Smet, ca. 1870

[Terug naar inhoud]

 
   

Blind in gidsland
Seminarie van Paul van Trigt

Op donderdag 16 oktober start de nieuwe reeks KADOC-seminaries rond de thematiek “Religie en samenleving vanaf 1750”. Dan komt de Nederlandse historicus Paul van Trigt zijn onderzoek “Blind in gidsland” toelichten, dat handelt over de bejegening van mensen met een visuele beperking in de Nederlandse verzorgingsmaatschappij sinds 1920.

Van Trigt, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, benadert de geschiedenis van de blindenzorg vanuit de onderzoekstraditie van ‘disability history’. Die vat handicap op als een veranderlijke constructie. Van Trigt gaat in op de vier verschillende factoren die volgens hem in de periode 1920-1990 bepalend waren voor de ‘constructie’ van een visuele handicap: religie, staat, zorglogica en normaliteitslogica. De relatie tussen die factoren en constructies van visuele beperkingen wordt bestudeerd in een specifieke casus, namelijk één blindenzorginstelling. Tegelijkertijd is gekozen voor factoren die het belang van die specifieke casus overstijgen. Die aanpak levert een aantal nieuwe inzichten op voor de historiografie van moderne religie en zorg.

Het seminarie vindt plaats op 16 oktober om 17 uur in KADOC. Deelname is gratis, maar inschrijving is verplicht via deze webpagina.

U kunt zich ook al aanmelden voor het tweede seminarie, dat op 6 november doorgaat. Dan neemt Olivier Sibre (Sorbonne, Parijs) het katholicisme als uitgangspunt voor een lezing over politiek, religie en diplomatie in de nieuwe en nieuwste tijd.

Klas uit het Blindeninstuut van de Broeders van Liefde in Sint-Lambrechts-Woluwe, ca. 1930 [KFZ112/138]

[Terug naar inhoud]  
   

Naar een inventaris van de Vlaamse processies
Onlinebevraging 'Op handen gedragen'

Onder de noemer ‘Op handen gedragen’werken CRKC – Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur, LECA – Landelijk Expertisecentrum voor Cultuur van Alledag en KADOC sinds 2013 nauw samen rond de zorg voor het Vlaamse processie-erfgoed. De partners ondersteunen en adviseren processiecomités bij het beheer van hun erfgoed. CRKC focust daarbij op het roerend erfgoed, LECA op het immaterieel erfgoed en KADOC op het documentair erfgoed. Ook het in kaart brengen van de Vlaamse processies is een belangrijke doelstelling van ‘Op handen gedragen’.

Het inventariseren van alle bestaande en verdwenen processies vormt een basisvoorwaarde voor een efficiënte en gerichte zorg voor processie-erfgoed. In het verleden werden al een aantal succesvolle registratiecampagnes opgezet, onder meer in het kader van de KADOC-onderzoeksprojecten ‘Voetsporen van devotie’ en ‘Het zevende jaar’. Zo werden in 2007-2008 gegevens verzameld over een honderdtal processies in Vlaams-Brabant.

Via een brede onlinebevraging willen we nu voor het eerst alle processies in Vlaanderen in kaart brengen en de bestaande gegevensreeksen aanvullen, actualiseren en verfijnen. Zo kunnen we een repertorium van Vlaamse processies realiseren, dat opgenomen zal worden in de onlinedatabank ODIS.

U kunt ons helpen om deze ambitie waar te maken. Graag vragen we enkele minuten van uw tijd om de onlinebevraging ‘Op handen gedragen’ in te vullen en ons basisinformatie te bezorgen over de processies in uw gemeente. U kunt hier klikken om de enquête te openen. We danken u alvast voor uw medewerking!

Aartsbroederschap van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart, Averbode, ca. 1950 [KCC24]

[Terug naar inhoud]  
   

Twee interessante colloquia in het najaar
'200 jaar jezuïeten' en 'Vaticanum II en de religieuze instituten'

Deze herfst is KADOC medeorganisator van twee boeiende colloquia. Het ene vindt deze maand plaats in Leuven en Namen en behandelt een fascinerend aspect van de geschiedenis van de jezuïeten in de Nederlanden. In november volgt een colloquium in Rome over de interactie tussen Vaticanum II en de religieuze instituten.

Het eerste colloquium belicht het wel en wee van de jezuïetenorde in de Nederlanden in de jaren 1773-1850. Na de afschaffing van de orde in 1773 mochten de leden zich niet meer als priesters-in-gemeenschap profileren en werden haar eigendommen door de wereldlijke vorsten genaast. Tal van ex-jezuïeten trokken in de diaspora naar onder andere het Russische tsarenrijk en de Verenigde Staten. In 1814 herstelde paus Pius VII (1740-1823) de orde. Toch duurde het nog tot 1832 vooraleer er een nieuwe jezuïetenstructuur in België werd opgericht. Die Belgische provincie had ook zeggenschap over de staties in de ‘Hollandse missie’. Vanaf 1850 vormde die laatste een eigen ordesprovincie.

In de geschiedschrijving over het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) ging tot nog toe veel aandacht naar de rol van de pausen, de curieprelaten, de aanwezige bisschoppen en de theologen. Maar hoe zat het met de religieuze instituten? Dat aspect bleef wat onderbelicht en vormt nu de aanleiding voor het tweede colloquium, dat de interactie tussen de wereld van de regulieren (mannen en vrouwen) en het oecumenische concilie wil bestuderen. Het colloquium heeft oog voor de rol van de orden en congregaties voor en tijdens het concilie en wil ook de impact van de constituties Lumen Gentium en Perfectae Caritatis (aanpassing en vernieuwing van het religieuze leven) vanuit een internationaal perspectief bekijken.

De programma’s en inschrijvingsformulieren van beide colloquia vindt u op de website van KADOC.

Affiche van de Bonden van het Heilig Hart, een apostolaatswerk van de jezuïeten, naar aanleiding van het Tweede Vaticaans Concilie, 1962 [KCA2297]

[Terug naar inhoud]

 
KU Leuven - CWIS

Copyright KADOC
Deze bladzijde van de KADOC e-nieuwsbrief werd laatst gewijzigd op
http://kadoc.kuleuven.be/e-nieuwsbrief/