 |
Genageld
Tentoonstelling Tertio-cartoons Nagel
Vanaf de start van Tertio, het christelijke opinieweekblad in Vlaanderen, in 2000 vielen de cartoons van Nagel op. Naar aanleiding van de tiende verjaardag van het blad brengt KADOC een selectie uit de honderden cartoons die sindsdien zijn verschenen. Ook wordt ouder werk - cartoons en strips - getoond.
Al vanaf jonge leeftijd was Nagel - pseudoniem van Edwin Nagels (°1945) - gefascineerd door het tekenen, vooral van cartoons. Zijn voorbeelden waren Eugène Winters (Gazet van Antwerpen), Pil (De Standaard) en Gal (De Nieuwe, Knack). Vanaf het midden van de jaren 1970 legde hij er zich in zijn vrije tijd - hij was tot 2003 leraar plastische opvoeding - voluit op toe. Hij nam deel aan diverse wedstrijden in binnen- en buitenland en behaalde er meerdere prijzen. Als gevolg van zijn naamsbekendheid werd Nagel in 1978 de vaste cartoonist van Brandpunt, het maandblad van de christelijke onderwijscentrale COC, en van 1990 tot 1999 leverde hij cartoons aan De Standaard. In de jaren 1980 tekende Nagel ook stripverhalen, vaak met een historische inslag. Bij Tertio kreeg Nagel aanvankelijk de opdracht cartoons te tekenen bij de “moeilijk illustreerbare” artikelen. Na de ‘restyling’ van Tertio in het begin van 2008 veranderde zijn taak ingrijpend. Sindsdien tekent hij op bladzijde 2 een cartoon die nauw aansluit bij de actualiteit.
“Genageld” loopt tot 2 april 2010. Naar aanleiding van de tentoonstelling verschijnt in de reeks KADOC/EXPO een gelijknamig boekje met een 40-tal cartoons. Op de tentoonstelling kost het 5 euro; het kan ook telefonisch of via de KADOC-website worden besteld: het kost dan 6 euro (excl. verzendingskosten).
Bekijk hier een voorproefje!
|

Affiche van de tentoonstelling.
 |
 |
Getuigenissen rond de evenaar
Interviews Belgen in Centraal-Afrika
Om “de kostbare herinneringen van hen die in Afrika geleefd en gewerkt hadden veilig te stellen” nam de vzw Afrikagetuigenissen enkele jaren geleden het initiatief om op systematische wijze het relaas van vele direct betrokkenen te registreren. Recentelijk maakte de vereniging haar immense bestand van interviews over aan KADOC. Die collectie is om drie redenen enig in haar soort en historisch uiterst waardevol.
Ten eerste verbaast de schaal: met ca. 280 personen werden lange en diepgravende gesprekken gevoerd. Sommige voormalige ingezetenen van vooral Congo bezorgden hun herinneringen schriftelijk. De verscheidenheid van de geïnterviewden (geslacht, beroep, sociaal milieu), van wie ook velen nauwe contacten hadden met de missionaire wereld, stond borg voor een grote representativiteit van de gesprekken. Ten tweede gingen de initiatiefnemers bijzonder grondig tewerk. Een gedegen en uniforme vragenlijst resulteerde in evenwichtige interviews, waarvan bovendien geluid én beeld digitaal werden geregistreerd. Vraag en antwoord kregen ook een neerslag in een tekstbestand. Van de gesprekspartners zijn biografische gegevens (onder andere opleiding, functies, standplaatsen) beschikbaar die toelaten de gesprekken historisch te kaderen. Ten slotte springt de degelijke ontsluiting van de interviews in het oog, onder andere via een weldoordachte lijst van thema’s en trefwoorden die verwijzen naar de interviewsequenties.
Het verhaal van de gesprekspartners vormt een uniek stuk oral history. Uit de mond zelf van bevoorrechte getuigen krijgen we een boeiend beeld van leven en werken in en herinneringen aan Centraal-Afrika in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. Een breed palet van personen, gebeurtenissen, relaties, ervaringen en interpretaties passeert de revue en zal ongetwijfeld de aandacht trekken van diverse categorieën onderzoekers.
De interviews zijn voor tien jaar gesloten. Nadien zijn ze na toestemming beschikbaar voor raadpleging door derden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het recente en persoonlijke karakter van vele getuigenissen.
|

Een Belg in Congo in de jaren 1930. Een foto genomen door Gustaaf Drossens, uit de collectie van de Missionarissen van Scheut.
 |
 |
Het vergeten middenveld?
Workshop over migrantenorganisaties en hun erfgoed
Door de toenemende diversificatie van de samenleving in nagenoeg alle Europese landen krijgt de studie van de migratie, ook van haar sociale en culturele aspecten, een groeiende aandacht. Een diepgaande studie van de civil society van de verschillende migrantengemeenschappen in Vlaanderen is vooralsnog niet voorhanden, zelfs de basisgegevens over hun ontstaan, activiteiten, doelstellingen en evolutie ontbreken. Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis en KADOC-K.U.Leuven lanceerden in november 2008 het project “Stafkaart van het migrantenmiddenveld en zijn erfgoed in Vlaanderen 1830-1990”, betoelaagd door het FWO (Max-Wildiersfonds). Het beoogt de realisatie van een repertorium van het migrantenmiddenveld en zijn erfgoed. In dat kader wordt op 26 en 27 februari 2010 een workshop georganiseerd in het Vlaams Parlement te Brussel.
De workshop omvat twee luiken. Op vrijdag 26 februari wordt een stand van zaken geboden van recent historisch en sociaal-wetenschappelijk onderzoek over enkele migrantengemeenschappen. Zo worden de Maghrebijnse en de Turkse migratie in Nederland en Vlaanderen onder de loep genomen en wordt stilgestaan bij enkele specifieke ontwikkelingen in België. Op zaterdag 27 februari krijgt het Vlaamse migrantenmiddenveld en zijn erfgoed een centrale plaats. Na de presentatie van de onderzoeksresultaten van het ‘stafkaartproject’ krijgen een aantal verenigingen de gelegenheid om zichzelf en hun cultureel erfgoed voor te stellen en worden een aantal initiatieven rond erfgoed voor het voetlicht gebracht. In het afsluitend rondetafelgesprek staan de noden en de verwachtingen van de verenigingen centraal en wordt er gepeild naar toekomstige samenwerking.
Alle informatie vindt u op de projectwebsite.
|

Vlag van de Poolse Unie.
|
 |
Christine de Hemptinne en de internationale Katholieke Actie
Seminarie van John F. Pollard
Op 11 februari geeft John F. Pollard (Trinity Hall, Cambridge) op KADOC een lezing over Christine de Hemptinne en de internationale Katholieke Actie in de jaren 1930. Zijn onderzoek in de Vaticaanse archieven, meer bepaald die van het Staatssecretariaat onder paus Pius XI (1922-1939), leerde hem dat de Heilige Stoel het Italiaanse model van de Katholieke Actie in alle bisdommen wilde doordrukken. Christinne de Hemptinne (1895-1984), van 1923 tot 1945 de voorzitster van het (Belgische) Vrouwelijk Jeugdverbond voor Katholieke Actie, speelde daarbij een sleutelrol. Zij was van 1930 tot 1956 trouwens voorzitster van de Fédération Internationale de la Jeunesse Féminine Catholique (FIJFC). Haar archief wordt op KADOC bewaard.
Waarom deed het Vaticaan een beroep op een leek, en dan nog een vrouw? Welke werkmethode hanteerde Rome? Wat was de positie van het Belgische katholicisme in Rome onder Pius XI? Op die vragen probeert Pollard tijdens zijn uiteenzetting een antwoord te geven. De Engelse historicus, “a leading historian of the papacy”, is niet aan zijn proefstuk toe. In 2005 publiceerde hij The Vatican and Italian Fascism, 1929-1932. A Study in Conflict en in 2008 Money and the Rise of the Modern Papacy: Financing the Vatican, beide bij Cambridge University Press.
De lezing van Pollard past in de reeks seminaries die KADOC onder de noemer “Religie en samenleving vanaf 1750” organiseert. Het seminarie vindt plaats van 17 tot 19 uur op KADOC, Vlamingenstraat 39 te Leuven. U kunt het gratis bijwonen, maar dient zich wel in te schrijven bij Magda Pluymers.
|

In 1947 hield de FIJFC een congres in Rome. De deelnemers werden ontvangen door paus Pius XII. Voorzitster C. de Hemptinne staat links van hem. [KFD243]
|