K.U.Leuven
  Search for Staff Students Organizational chart Search matrix Keywords

 

Het begin van KADOC was uiterst bescheiden. De tien professoren die vanaf december 1974 regelmatig vergaderden in een zijlokaal van de refter van het H. Geestcollege, in een walm van friet- en andere etensgeuren, om de oprichting van het KADOC voor te bereiden, konden op weinig meer terugvallen dan op hun eigen enthousiasme, een taai doorzettingsvermogen, af en toe een schouderklopje, en in het beste geval de toezegging van "morele" steun. Materiële, financiële hulp werd pas in een later stadium en slechts druppelsgewijs beloofd. Om die te bekomen, moesten doorslaggevende argumenten worden aangevoerd.

Stevige argumenten waren er gelukkig genoeg. In Nederland bewees het Katholiek Documentatiecentrum (KDC) van de Nijmeegse Universiteit - een centrum dat een vijftal jaren voordien was opgericht - welke stimulerende invloed een goed uitgebouwd documentatiecentrum kon uitoefenen op het wetenschappelijk onderzoek over de historische en actuele ontwikkeling van de katholieke gemeenschap. De nood aan de oprichting van een analoog centrum in België bleek des te acuter, omdat het 'documentair patrimonium' van het katholieke 'middenveld' in ons land bedreigd werd door de vele mutaties en verschuivingen in het katholiek organisatiewezen na Vaticanum II. De catastrofe die dreigde was des te rampzaliger omdat het (verzuilde) maatschappelijke middenveld in België van groot belang was geweest voor de emancipatie van de volksklassen en een grote invloed had uitgeoefend op de vormgeving van het maatschappelijk systeem. Het kwam er op aan zonder dralen het documentatiebestand van de 'intermediaire' structuren te redden en te valoriseren.

De zorg voor de vrijwaring van het documentair erfgoed van de katholieke gemeenschap en de bekommernis voor de ontwikkeling van hoogstaand onderzoek in een belangrijke sector van de humane wetenschappen ontmoetten elkaar en leidden tot een samenwerkingsverband tussen de academische wereld, het katholiek organisatiewezen en de kerkelijke overheid. De realisatie van deze constructie vroeg wel heel wat overleg (en dus tijd). Een stuurgroep, bestaande uit professoren van vier faculteiteiten binnen de humane wetenschappen, wist de steun van de Vlaamse bisschoppen en van de belangrijkste katholieke organisaties te verwerven voor het initiatief. Op 7 juli 1976 kreeg zij het fiat van de academische overheid voor de oprichting van een centrum, dat in ene later stadium door alle faculteiten binnen de groep humane wetenschappen zou ondersteund worden.

Dit werd aanvankelijk KDOC genoemd (Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie Cultuur en Samenleving), om zich te onderscheiden van het Nijmeegse KDC en om duidelijk te maken dat de "O" in de benaming, die naar de onderzoeksfunctie verwees, van groot belang was in de globale opzet van de onderneming. Een ander verschil met het KDC was dat de inbreng van het katholiek organisatiewezen substantiëler was in het Leuvense centrum. Dat zou nadien omgedoopt worden tot KADOC, een letterwoord dat beter in de mond lag.

Nadat de goedkeuring van de academische overheid bekomen was, duurde het toch nog twee jaar, tot oktober 1978, vooraleer het KADOC zijn deuren kon openen voor het publiek. De bevalling had dus vier jaar geduurd, maar om Wouter Steenhaut, de directeur van het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, te citeren: 'Uit de moeilijkste bevalling wordt het mooiste kind geboren'.

Het centrum nam eerst zijn intrek in de vroegere bibliotheek van de theologiefaculteit in het Maria Theresiacollege. In 1981 werd het ondergebracht in de zolderruimten van de centrale universiteitsbibliotheek, die vrijgekomen waren na het vertrek van de U.C.L. uit Leuven. Tenslotte zou het in 1990 verhuizen naar deze site, het voormalige Minderbroedersklooster in de Vlamingenstraat. De aankoop en de renovatie van dit complex werden mogelijk gemaakt door een gezamenlijke financiële inspanning van de universiteit, de katholieke sociale organisaties en de religieuze congregaties. De barokkapel - opgetrokken in het begin van de 18e eeuw - waarbinnen wij ons thans bevinden, zou voortaan als 'logo' van het centrum fungeren. Spoedig zou blijken dat de centrale ligging van de nieuwe behuizing binnen de campus humane wetenschappen evenals de toegenomen 'zichtbaarheid' van het centrum heel wat voordelen boden.

De opeenvolgende verhuisoperaties wijzen er op dat het KADOC ondertussen flink was gegroeid. In de eerste tien jaar van zijn bestaan wijdde het centrum zijn hoofdaandacht als vanzelfsprekend aan de documentatieverwerving en -verwerking. Het documentatiebestand omvatte drie categorieën: archief-, bibliotheek- en audiovisueel materiaal. Niet enkel de historische maar ook de actuele documentatie van katholieke organisaties en prominenten werd opgenomen. Het centrum nam zich voor deze documentatie te valoriseren ten behoeve van de onderzoekswereld, de mediasector en de bredere gemeenschap. Dat gebeurde via een snelle ontsluiting (inventarisering), de organisatie van tentoonstellingen en verschillende vormen van advies- en dienstverlening. Van bij de aanvang lag het in de bedoeling veel aandacht te besteden aan de onderzoeksfunctie, maar die kon pas in een later stadium ten volle ontwikkeld worden. De bescheiden middelen en mogelijkheden moesten in die eerste fase bij voorrang aangewend worden voor de invulling van de documentatiefunctie.

De structurele aanpak van het KADOC vond snel navolging in Vlaanderen. In 1980 werd het AMSAB (Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging) opgericht, in 1982 het Liberaal Archief en in 1984 het Archief en Documentatiecentrum van het Vlaams-Nationalisme. Zeer snel kwam het tot een goede verstandhouding tussen deze centra, die zich inzetten om het documentair erfgoed van het maatschappelijk middenveld in Vlaanderen te bewaren en te valoriseren. De beleidsverantwoordelijken van deze centra streefden in de eerste plaats wetenschappelijke objectieven na en zij waren terecht van oordeel dat professionele samenwerking meer zou lonen dan kortzichtige competitie. De politieke overheden, zowel op provinciaal, Vlaams als nationaal niveau, zagen geleidelijk het nut in van de vermelde centra, die een complementaire rol vervulden ten aanzien van de openbare archieven en zij begonnen hen, via diverse wegen, financiële steun te verlenen. Van groot belang was het decreet dat op 27 juni 1985 in het Vlaams parlement werd gestemd. Dit decreet hield een officiële erkenning in van de vier vernoemde privaatrechtelijke documentatiecentra en kende hun een recurrente subsidiëring toe. De voorziene financiering was veeleer bescheiden maar zij gaf niettemin aan de centra een steviger materiële basis.

De decreetfinanciering was in principe documentatiegericht, maar doordat zij een aantal materiële beslommeringen wegnam, creëerde zij meteen meer ruimte voor de ontwikkeling van de onderzoeksfunctie van het KADOC. De inbedding van het centrum in een universitair milieu was voor de onderzoeksactiviteiten van het centrum van groot belang. De interfacultaire en interdisciplinaire samenstelling van zijn hoogste bestuursorgaan, de wetenschappelijke commissie, zorgde voor een vruchtbare wisselwerking tussen het centrum en diverse onderzoekseenheden binnen de universiteit. Het KADOC begon ook zelf onderzoek te genereren via de oprichting van thematische onderzoekscommissies. Kenmerkend voor het eigen onderzoek van het KADOC was het interdisciplinair en collectief karakter. Het centrum koos er bewust voor om naast 'fundamenteel' onderzoek, ook 'toegepast' onderzoek te verrichten, dat een breder publiek kon interesseren en sensibiliseren voor zijn werkingsveld.

De resultaten van het KADOC-onderzoek, werden vanaf 1983 gepubliceerd in een eigen reeks: de Kadoc-Studies (totzover 29 volumes). Het jaar nadien werd gestart met een reeks Diversen, die de resultaten bevatte van contractresearch in opdracht van derden (totzover 38 volumes). Via de inschakeling van expertencommissies werd zorgvuldig gewaakt over het kritisch-wetenschappelijk karakter van deze studies, die niet zelden ook bouwstenen leverden voor meer fundamenteel onderzoek. In 1998 tenslotte zou een derde publicatiereeks worden opgestart: de Kadoc-Artes (totzover 5 volumes). Binnen deze reeks werden rijk geïllustreerde studies (op groter formaat) met betrekking tot de cultuur- en kunstsector gepubliceerd.

In de laatste jaren heeft de onderzoeksfunctie van KADOC een meer internationale dimensie gekregen. Het centrum is ondertussen sterk genoeg geworden om als draagvlak te fungeren voor internationaal, comparatief onderzoek. Het organiseert internationale colloquia, die resulteren in anderstalige of meertalige publicaties. Tegelijk wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een aantal internationale onderzoeksnetwerken, vooral rond de relatie religie-samenleving, kunst- en cultuur, congregatie- en missioneringsgeschiedenis.

T.g.v. het 25-jarig bestaan van KADOC werd een bilan opgemaakt van 25 jaar onderzoek en erfgoedverwerving en -ontsluiting.
 

 

K.U.Leuven - CWIS Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | comments for the author: Luc Schokkaert
Realisation: Luc Schokkaert | Last update: